Je ziet de wereld buiten, maar je durft de drempel niet over te stappen. Voor Jeroen de Haan-Rissmann (57) was dat dagelijkse realiteit. Na een onveilige jeugd bouwde hij een leven op dat van buiten stabiel leek: een relatie, een baan, vrienden, muziek. Maar onder die oppervlakte groeiden angst en paniek. Rond zijn 27e werd het te veel. Jeroen trok zich volledig terug in zijn appartement. Elke stap naar buiten voelde als een strijd.
“In die tijd voelde mijn leven als een bouwwerk van dominostenen. Ik probeerde alle rollen te vervullen die van me werden verwacht: partner, muzikant, werknemer, vriend. Tegelijkertijd probeerde ik vooral te vergeten wat me vroeger is overkomen,” vertelt Jeroen. Maar onder die laag van controle groeide de paniek, tot alle dominostenen omvielen. Zijn relatie liep stuk, hij kon niet meer naar zijn werk en zaalvoetbal lukte niet meer. “Ik verliet mijn appartement nauwelijks. Ik was mezelf een halve dag aan het voorbereiden om naar de bakker te gaan.”

“Ik trok mezelf terug en verloor daardoor veel contacten.” Hulp zoeken durfde Jeroen niet. Toen hij niet meer verscheen bij zaalvoetbal, merkte zijn team dat er iets mis was. Ze lieten het er niet bij zitten: steeds opnieuw stonden ze voor zijn deur, soms om te vragen hoe het ging, soms om hem voorzichtig uit te nodigen.
“Ze begrepen niet alles van wat er in me omging, maar ze gaven me iets wat geen behandelaar of protocol ooit had kunnen bieden: een veilige context om weer te beginnen.” Uiteindelijk ging Jeroen met hen in gesprek. Voor het eerst in maanden durfde hij zijn appartement uit om te gaan trainen, wetende dat er altijd iemand was die hem naar huis zou brengen als het niet ging. Die kleine, praktische gebaren doorbraken het domino-effect van angst en paniek. Blijven aankloppen, blijven uitnodigen, blijven zien. Langzaam werd de wereld buiten weer toegankelijk.
Rond zijn 35e kreeg hij van zijn partner het zetje om een behandelaar te zoeken. Hij vond iemand die luisterde en begreep wat er werkelijk onder lag. “Pas toen kon ik de patronen van angst en paniek echt doorzien. Ik leerde dat ik niet gek was, maar dat mijn reactie logisch was gezien wat ik als kind had meegemaakt.”
Tijdens zijn herstel leerde Jeroen hoe belangrijk het is om hulp te durven vragen. “Soms vroeg iemand het oprecht: ‘Hoe is het?’ en dan voelde ik dat ik het misschien wél kon zeggen. Dat helpt bij herstel.” De steun van zijn zaalvoetbalteam, van zijn partner en later van zijn behandelaar gaven hem de ruimte om te herstellen. Kleine gebaren, een luisterend oor, iemand die zegt: ‘ik ben er voor je’, maakten het verschil.
Jeroen hoopt dat zijn verhaal anderen laat zien dat zelfs uit de diepste isolatie een weg naar herstel mogelijk is. Soms is die weg klein en voorzichtig, maar met de juiste steun kun je de wereld weer betreden en je leven opnieuw opbouwen.
Wil je meer lezen over hoe je mentale gezondheid bespreekbaar maakt of zelf je verhaal delen? Ontdek hoe op www.hoe-is-het.nl.